ECLI:NL:RBMNE:2022:4392
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning gegrond verklaard, waarde vastgesteld op €460.000
Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van haar woning, vastgesteld op €467.000 per 1 januari 2020. Verweerder handhaafde deze waarde, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix van vier referentiewoningen, waarvan twee meer dan een jaar voor de waardepeildatum waren verkocht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede omdat een beter alternatief, een door eiseres aangedragen woning met identieke gebruiksoppervlakte en dichter bij de waardepeildatum, niet was meegenomen. De overgebleven referentiewoningen ondersteunden de vastgestelde waarde niet voldoende.
Eiseres maakte haar lagere waarde van €420.000 niet aannemelijk. De rechtbank stelde daarom de waarde in goede justitie vast op €460.000. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van €2.056,- aan eiseres.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning is vastgesteld op €460.000 per 1 januari 2020 en verweerder is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.