ECLI:NL:RBMNE:2022:4440
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanspraak werkgever op gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging arbeidsovereenkomst
De werknemer trad in september 2015 in dienst bij de werkgever en had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Volgens de toepasselijke CAO gold een opzegtermijn van twee maanden. De werknemer zegde zijn arbeidsovereenkomst op 12 augustus 2022 op met ingang van 1 oktober 2022, terwijl de opzegtermijn twee maanden bedroeg, waardoor de opzegging onregelmatig was.
De werkgever vorderde een gefixeerde schadevergoeding van een bruto maandsalaris inclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering, omdat de werknemer zijn arbeidsovereenkomst te vroeg had opgezegd. De werknemer erkende de vergissing maar stelde dat de vordering onaanvaardbaar was omdat hij door het te vroeg beëindigen van het dienstverband al een maand salaris misliep en financiële problemen zou krijgen.
De kantonrechter overwoog dat hoewel de werknemer in beginsel een schadevergoeding verschuldigd is, het beroep van de werkgever op deze vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit omdat de werkgever geen belang had bij het rechtzetten van de vergissing en de positie van de werkgever door de vroegere beëindiging juist was verbeterd. De vordering werd daarom afgewezen en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek van de werkgever om een gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging is afgewezen.