ECLI:NL:RBMNE:2022:4442
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking Aio-uitkering wegens overschrijding vermogensgrens door auto op naam
Eiser maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn Aanvullende inkomensvoorziening ouderen (Aio) omdat hij volgens verweerder door het bezit van een auto boven de vermogensgrens was uitgekomen. De auto stond op naam van eiser, maar hij stelde dat deze eigendom was van zijn zoon en slechts ter beschikking was gesteld.
De rechtbank oordeelde dat het kenteken, de verzekering en de wegenbelasting op naam van eiser stonden en dat dit de vooronderstelling rechtvaardigt dat de auto tot zijn vermogen behoort. De overgelegde bruikleenovereenkomst overtuigde de rechtbank niet, mede omdat in telefoongesprekken de auto als cadeau werd besproken en eiser de verzekeringspremie betaalde.
Verder stelde eiser dat verweerder de 30-dagenjurisprudentiebeoordeling niet correct had uitgevoerd, maar de rechtbank concludeerde dat deze beoordeling wel had plaatsgevonden. Ook de stelling dat schulden in mindering gebracht hadden moeten worden, werd verworpen omdat deze schulden op het relevante moment nog niet bestonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de Aio-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.