ECLI:NL:CRVB:2015:3219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- W.F. Claessens
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding kasstortingen en voertuigen
Appellanten ontvingen sinds maart 2012 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van kasstortingen op hun bankrekeningen en het bezit van een buggy en scooter op naam van appellant, voerde het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen een onderzoek uit. Dit leidde tot een besluit van intrekking van de bijstand vanaf november 2012 en terugvordering van € 6.652,91.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de kasstortingen niet tot hun middelen behoorden omdat het geld aan de vader toebehoorde en dat de buggy en scooter eigendom waren van de broer. De Raad oordeelde dat appellanten deze stellingen onvoldoende met controleerbare gegevens hadden onderbouwd.
De Raad bevestigde dat kasstortingen in beginsel als middelen in de zin van de WWB worden beschouwd en dat het kentekenbewijs op naam van appellant de veronderstelling wekt dat de voertuigen tot zijn vermogen behoren. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van kasstortingen en voertuigen wordt bevestigd.