In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de gemeente Almere de bijstandsuitkering van eiser ingetrokken en teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenplicht over verblijf in het buitenland. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Eiser stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege verblijf in het buitenland met toestemming en medische klachten.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tijdig is ingediend, mede vanwege het ontbreken van de enveloppe met poststempel, waardoor wordt aangenomen dat het beroepschrift binnen de wettelijke termijn is verzonden. De ontvankelijkheid van het bezwaar wordt echter verworpen. De rechtbank stelt vast dat eiser het besluit tijdig had moeten ontvangen en dat zijn vakantie en medische situatie geen verschoonbare redenen vormen voor het te laat indienen van bezwaar.
De rechtbank benadrukt dat eiser verantwoordelijk was voor het regelen van zijn post tijdens afwezigheid en dat de medische klachten onvoldoende onderbouwing bieden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt het griffierecht niet terug. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.