ECLI:NL:RVS:2022:2230
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over omzettingsvergunning kamergewijze verhuur Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde de Stichting Vrienden van de Willem van Noort 21-23 een last onder dwangsom op om de kamergewijze verhuur van de woning aan de Willem van Noortstraat 21 te staken vanwege het ontbreken van een vereiste omzettingsvergunning volgens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Huisvestingsverordening.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van een buurtbewoner gegrond en vernietigde de besluiten op bezwaar van het college vanwege onvoldoende en onvolledige motivering omtrent de vergunningplicht onder de Huisvestingsverordening 2019. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de nadelige wijziging van de Huisvestingsverordening 2019, die een vergunningplicht voor het omgezet houden van woningen introduceert zonder overgangsrecht, niet kan leiden tot handhaving op grond van het legaliteitsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel. Daarom was het college terecht in het besluit dat geen vergunningplicht bestond ten tijde van het primaire besluit.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het beroep gegrond verklaarde en de besluiten op bezwaar vernietigde, en verklaart het beroep van de buurtbewoner ongegrond. Het college hoeft geen nieuwe besluiten te nemen en geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en het beroep van de buurtbewoner ongegrond verklaard.