ECLI:NL:RBMNE:2022:4659
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor warmtekosten wegens ontbreken meerkosten bevestigd
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 30 september 2022 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over bijzondere bijstand voor warmtekosten. Eiseres had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag bijzondere bijstand, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020. In eerdere tussenuitspraak was vastgesteld dat het bestreden besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd.
Verweerder heeft daarop een herstelbesluit genomen waarin het bestreden besluit werd ingetrokken en de bijzondere bijstand met terugwerkende kracht toegekend voor slijtage- en waskosten, maar niet voor warmtekosten. De rechtbank oordeelt dat verweerder de gebreken in de besluitvorming heeft hersteld en dat eiseres geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit.
De rechtbank stelt vast dat het warmteverbruik van eiseres lager is dan het gemiddelde verbruik van vergelijkbare huishoudens en dat er geen aantoonbare meerkosten zijn voor het verwarmen van de woning. De kosten voor warmtekosten behoren daarmee tot de algemeen noodzakelijke kosten die uit het eigen inkomen moeten worden voldaan. Het beroep tegen het herstelbesluit wordt daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres en draagt zij op het betaalde griffierecht te vergoeden. De rechtbank wijst erop dat indien eiseres aanspraak wil maken op een eenmalige energiekostenvergoeding, zij daarvoor een aparte aanvraag moet indienen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het herstelbesluit ongegrond; bijzondere bijstand voor warmtekosten wordt terecht afgewezen wegens ontbreken van meerkosten.