ECLI:NL:CRVB:2024:1427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- M. Wolfrat
- A. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor warmtetoeslag wegens ontbreken meerkosten
Appellante, houdster van een Wajong-uitkering, vroeg bijzondere bijstand aan voor extra verwarmingskosten (warmtetoeslag) vanaf 1 januari 2020. Het college wees deze aanvraag af omdat uit de verbruiksgegevens bleek dat haar energieverbruik vergelijkbaar was met dat van een gemiddeld eenpersoonshuishouden, waardoor geen meerkosten konden worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het college het besluit onzorgvuldig had voorbereid en gaf het college de gelegenheid om het besluit te herstellen. Na herstel van het besluit handhaafde de rechtbank de afwijzing omdat appellante geen meerkosten had gemaakt. Appellante voerde aan dat zij vanwege financiële nood haar verbruik bewust laag hield en dat het vertrouwensbeginsel haar recht gaf op voortzetting van de toeslag.
De Raad stelt dat het recht op bijzondere bijstand alleen geldt voor daadwerkelijk gemaakte meerkosten. De keuze van appellante om haar woning niet extra te verwarmen betekent dat er geen meerkosten zijn, ongeacht de reden daarvoor. Ook is geen toezegging gebleken die het vertrouwensbeginsel rechtvaardigt. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft de afwijzing van de warmtetoeslag in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor warmtetoeslag wordt bevestigd omdat geen meerkosten zijn aangetoond.