ECLI:NL:RBMNE:2022:4668
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en niet vaststellen recht op bijstand
Eiseres ontving vanaf 23 december 2020 een bijstandsuitkering. Na het niet verschijnen bij werkgesprekken en het niet aanleveren van gevraagde gegevens startte verweerder een rechtmatigheidsonderzoek. Verweerder besloot de bijstand tijdelijk op te schorten en uiteindelijk in mei 2021 de uitkering in te trekken wegens het niet verstrekken van alle relevante informatie, waaronder bankafschriften en gegevens over gokactiviteiten.
Eiseres had meerdere malen verzocht moeten worden om informatie te verstrekken, waaronder over stortingen en bijschrijvingen op haar bankrekening en een lopende rechtszaak met betrekking tot haar onderneming. Zij heeft deze informatie niet tijdig of onvoldoende verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de bijstand heeft ingetrokken op grond van artikel 54 van Pro de Participatiewet.
Eiseres voerde geen afdoende verklaring voor de ontvangen bedragen en de herkomst daarvan. Ook haar stelling dat zij geen creditcard had en geen account bij de goksite meer bezat, werd niet onderbouwd. De rechtbank achtte het gespreksverslag over de rechtszaak en ontvangen bedragen geloofwaardig en concludeerde dat eiseres onvoldoende medewerking heeft verleend.
Het beroep tegen de intrekking, terugvordering en boete is ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan op 9 november 2022 door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand is ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.