ECLI:NL:CRVB:2020:3462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een onderzoek in het kader van het Project Heronderzoek 2016 heeft de gemeente Rotterdam bankafschriften van appellant onderzocht. Hieruit bleek dat appellant meerdere kasstortingen en bijschrijvingen op zijn bankrekening had ontvangen die niet waren gemeld aan het college.
Het college besloot daarom de bijstand over de periode van september 2015 tot en met september 2016 te herzien en een bedrag van € 3.834,85 terug te vorderen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het college geen gespecificeerde opgave had verstrekt, dat de stortingen geen inkomen waren en dat sommige stortingen bestemd waren voor derden.
De Raad oordeelde dat kasstortingen en bijschrijvingen in beginsel als inkomen worden aangemerkt, zeker als zij een terugkerend karakter hebben en kunnen worden gebruikt voor noodzakelijke kosten van het bestaan. De Raad vond dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om op de stukken te reageren en dat de onderbouwing van appellant onvoldoende was om de terugvordering te weerleggen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen.