ECLI:NL:RBMNE:2022:4676
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en correctie WOZ-waarden woningen en tuincentrum met toekenning immateriële schadevergoeding
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarden van meerdere onroerende zaken, waaronder woningen en een tuincentrum, met waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser betwistte dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met de ligging nabij een tuincentrum en de daaruit voortvloeiende overlast, en stelde dat voor meerdere woningen een korting op de grondwaarde van 25% toegepast had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat een dergelijke korting niet automatisch voor alle woningen geldt, maar afhankelijk is van de specifieke ligging ten opzichte van de in- en uitrit van het parkeerterrein van het tuincentrum. Voor enkele woningen werd vastgesteld dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening had gehouden met de waardedrukkende ligging, waardoor de WOZ-waarden te hoog waren vastgesteld. De rechtbank stelde voor deze woningen lagere waarden vast. Voor andere woningen en het tuincentrum werd de waardering door de heffingsambtenaar als voldoende onderbouwd en aannemelijk beschouwd.
Daarnaast kende de rechtbank eiser een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep, waarbij de heffingsambtenaar en de Staat der Nederlanden gezamenlijk aansprakelijk werden gesteld. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 8 november 2022.
Uitkomst: Beroep gegrond, vernietiging uitspraak op bezwaar voor enkele woningen, vaststelling lagere WOZ-waarden en toekenning immateriële schadevergoeding.