ECLI:NL:RBMNE:2022:4715
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht over vermogen
Eiser ontving sinds april 2019 een bijstandsuitkering en werd in 2021 door de gemeente Rhenen geconfronteerd met een beëindiging en terugvordering van zijn uitkering wegens schending van de inlichtingenplicht. Het fraudeteam stelde vast dat eiser onjuiste gegevens had verstrekt over de aankoop- en verkoopprijzen van meerdere auto's en dat hij over meer vermogen beschikte dan toegestaan.
Eiser erkende de schending van de inlichtingenplicht, maar stelde dat hij nooit meer dan één auto tegelijk bezat en dat de bedragen die hij van zijn moeder ontving leningen waren die hij steeds terugbetaalde. De rechtbank oordeelde dat deze leningen onvoldoende waren onderbouwd met objectieve bewijsstukken en dat de geldleningsovereenkomst pas na het fraudeonderzoek was opgesteld, wat afbreuk deed aan de bewijswaarde.
De rechtbank concludeerde dat de bedragen als vrij besteedbaar vermogen moesten worden aangemerkt en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij recht op bijstand had ondanks de schending. Door de onduidelijkheid en wisselende standpunten van eiser kon geen precieze of betrouwbare schatting worden gemaakt. Daarom bleef het nadeel voor rekening van eiser.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de beëindiging, intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering en wees het verzoek om nadere stukken af wegens strijd met de goede procesorde.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging, intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht.