ECLI:NL:RBMNE:2022:4769
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning te Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Utrecht, welke door verweerder is vastgesteld op €580.000 voor het belastingjaar 2021 met waardepeildatum 1 januari 2020. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin de woning is vergeleken met vier referentiewoningen met marktgegevens.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix is opgesteld volgens een vergelijkingsmethode met referentiewoningen van vergelijkbaar type, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte. Diverse door eiser aangevoerde beroepsgronden, waaronder de ligging nabij een school en de gehanteerde indexering, zijn niet ontvankelijk verklaard wegens strijd met de goede procesorde.
Daarnaast zijn inhoudelijke bezwaren van eiser, zoals onvoldoende onderbouwing van waardebepalende factoren, onderhoudstoestand en privacyverlies door nabijgelegen nieuwbouw, door de rechtbank verworpen. Verweerder heeft volgens de rechtbank voldoende inzicht gegeven in de waardebepalende factoren en de staat van onderhoud is als voldoende gekwalificeerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €580.000 wordt ongegrond verklaard.