ECLI:NL:RBMNE:2022:4908
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderbouwing vordering onverschuldigd betaalde pensioenpremie over onregelmatigheidstoeslag
In deze civiele zaak vorderen meerdere besloten vennootschappen terugbetaling van onverschuldigd betaalde pensioenpremies over de onregelmatigheidstoeslag (ORT) van Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP). Na aktewisseling en een tussenvonnis is de kantonrechter gevraagd de hoogte van de vordering nader te beoordelen.
De kantonrechter bespreekt bezwaren van StiPP tegen de onderbouwing van de vordering, waaronder de opname van het jaar 2018, regels met betrekking tot 2019, beschikbaarheid van pensioenkapitalen, en het werknemersdeel van de pensioenpremie. De kantonrechter volgt StiPP deels, onder meer door regels uit 2019 en het werknemersdeel uit te sluiten van de vordering.
Verder wordt geoordeeld dat de onderbouwing van de correctieregels in het Excelbestand onvoldoende controleerbaar is. StiPP mag een steekproef van 40 correctieregels selecteren die eisers moeten onderbouwen. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het indienen van de definitieve onderbouwing en een helder standpunt van partijen over eventuele geschilpunten.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere onderbouwing van de vordering en verdere besluitvorming wordt aangehouden.