Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het vervolg van de procedure
2.De beoordeling
3.924,--(4,5 punten x tarief € 872,--)
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure vorderen meerdere besloten vennootschappen (eisers) terugbetaling van pensioenpremies die zij onverschuldigd hebben betaald over de onregelmatigheidstoeslag (ORT) aan Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP). Na eerdere tussenvonnissen is overeenstemming bereikt over de hoogte van het terug te betalen bedrag, waarbij correcties zijn aangebracht in de berekeningen en een foutmarge is toegepast.
De kantonrechter bevestigt dat StiPP de betaalde premies over de jaren 2012 tot en met 2018 moet terugbetalen. Hoewel StiPP instemt met de berekening, handhaaft zij haar standpunt dat zij niet aansprakelijk is en behoudt zij zich het recht voor eventuele mismatches in pensioenadministratie aan te vechten. De rechtbank wijst de primaire vorderingen toe en veroordeelt StiPP tot betaling van €104.321, vermeerderd met wettelijke rente vanaf het vonnis.
Daarnaast worden buitengerechtelijke kosten en proceskosten aan de zijde van eisers toegewezen. De veroordeling tot terugbetaling wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege mogelijke negatieve gevolgen voor pensioenkapitalen, terwijl de rest van het vonnis wel direct uitvoerbaar is. Verdere vorderingen worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of belang.
Uitkomst: StiPP wordt veroordeeld tot terugbetaling van €104.321 aan onverschuldigde pensioenpremies over ORT, vermeerderd met wettelijke rente en kosten.