ECLI:NL:RBMNE:2022:4949
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waardes woningen en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waardes van twee woningen in [woonplaats], vastgesteld door verweerder voor het belastingjaar 2020. De rechtbank beoordeelde de waardebepalingen aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij verweerder referentiewoningen gebruikte om de marktwaarde te bepalen.
Eiser betoogde dat de referentiewoningen niet vergelijkbaar zijn vanwege aanwezigheid van bijgebouwen en een te lage waardering van kelders, garages en bergingen. De rechtbank oordeelde echter dat referentiewoningen niet identiek hoeven te zijn en dat verweerder voldoende inzicht heeft gegeven in de correcties voor verschillen, waardoor de vastgestelde WOZ-waardes niet te hoog zijn.
Daarnaast heeft eiser een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor bezwaar en beroep. De rechtbank stelde vast dat de termijn met een half jaar is overschreden en kende een vergoeding van € 500 toe, evenals vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep werd verder ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardes wordt ongegrond verklaard, maar eiser krijgt een immateriële schadevergoeding en vergoeding van griffierecht en proceskosten wegens termijnoverschrijding.