Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat deze zaak over?
3.Wat oordeelt de kantonrechter?
747,00(tarief kort geding gemiddelde zaak)
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer is sinds 2010 werkzaam bij de werkgever en heeft meerdere functiewijzigingen doorgemaakt binnen de bouwsector. In zijn arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen dat hem verbiedt na beëindiging van het dienstverband bij een concurrent te werken. Na zijn ontslag wil de werknemer in dienst treden bij een bedrijf dat volgens de werkgever een directe concurrent is.
De kantonrechter beoordeelt dat het concurrentiebeding bedoeld is om het bedrijfsdebiet van de werkgever te beschermen, maar dat het beding niet bedoeld is om werknemers onredelijk te binden. De werknemer heeft onvoldoende onderbouwd dat het nieuwe bedrijf niet concurreert, terwijl de werkgever onvoldoende concreet heeft gemaakt welke kennis en bedrijfsinformatie beschermd moet worden.
Verder is vastgesteld dat het concurrentiebeding door de ruime definitie van modulaire bouwmethodes de werknemer ernstig beperkt in zijn arbeidskeuze binnen de bouwsector. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer hierdoor onbillijk wordt benadeeld en dat het concurrentiebeding naar verwachting in een bodemprocedure zal worden vernietigd.
Daarom wordt het concurrentiebeding geschorst en worden de vorderingen van de werkgever afgewezen. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten van de werknemer.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geschorst wegens onbillijke benadeling van de werknemer.