De werknemer trad in maart 2015 in dienst en volgde een vierjarige opleiding tot verzekeringsarts, deels onder werktijd. De werkgever betaalde het lesgeld van €48.100 en sloot een studiekostenovereenkomst waarin terugbetaling bij vroegtijdig vertrek binnen vijf jaar werd bedongen zonder een glijdende schaal.
Na beëindiging van het dienstverband in november 2021 vorderde de werkgever volledige terugbetaling van het lesgeld. De werknemer betwistte de geldigheid van het beding wegens het ontbreken van een glijdende schaal. De kantonrechter oordeelde dat het beding geldig is omdat de opleiding niet verplicht was en het beding alleen betrekking heeft op lesgeld, niet op loon.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever vanaf oktober 2019 baat had bij de opleiding en dat volledige terugbetaling onredelijk is. Gelet op goed werkgeverschap werd de terugvordering beperkt tot 3/5 van het lesgeld, zijnde €28.860, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast werd een aangepaste vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toegekend en werd de werknemer veroordeeld in de proceskosten.