ECLI:NL:RBMNE:2022:6056
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen besluit huishoudelijke hulp en proceskostenvergoeding Wmo
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 13 augustus 2021 waarbij huishoudelijke hulp werd toegekend op grond van de Wmo 2015. Na het uitblijven van een beslissing op bezwaar heeft eiseres een beroep niet tijdig beslissen ingediend. Verweerder heeft op 2 juni 2022 alsnog een besluit op bezwaar genomen, waarbij een urenindicatie werd toegevoegd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, nu verweerder alsnog heeft beslist. Wel krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €379,50 toegekend vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp.
Inhoudelijk stelt eiseres dat het primaire besluit onrechtmatig is omdat het geen urenindicatie bevat, wat volgens vaste rechtspraak verplicht is. Verweerder stelt dat het aantal uren wel herleidbaar is via het zorgplan en dat het bestreden besluit de motivering heeft aangevuld met een urenindicatie. De rechtbank volgt verweerder en oordeelt dat het bestreden besluit geen andere strekking heeft dan het primaire besluit, maar dit slechts verduidelijkt.
De rechtbank benadrukt dat het primaire besluit niet voldeed aan de verplichting tot urenindicatie, wat kwetsbare Wmo-gerechtigden benadeelt. Verweerder wordt dan ook aangespoord om in toekomstige besluiten het aantal toegekende uren expliciet te vermelden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en verweerder veroordeeld tot proceskostenvergoeding van €379,50.