ECLI:NL:CRVB:2017:1059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- M. ter Brugge
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding kosten bezwaar bij intrekking bijstand wegens niet verstrekte informatie over buitenlands onroerend goed
Appellante ontving sinds 2002 bijstand en het college stelde bij besluiten in 2011 de uitbetaling van de bijstand stop en trok deze in vanwege het bezit van onroerend goed in Libanon dat niet was gemeld. Tevens werd de bijstand teruggevorderd. Appellante maakte bezwaar en vroeg vergoeding van de kosten.
Het college trok later de besluiten in vanwege het langdurige onderzoek van het IBF, maar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang en weigerde de kosten te vergoeden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante haar vermogensmeldingplicht had geschonden.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college terecht de kosten niet vergoedt omdat de besluiten niet onrechtmatig waren. Appellante had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het onroerend goed niet tot haar vermogen behoorde. Het college kon op basis van het IBF-onderzoek en het ontbreken van nadere opheldering het recht op bijstand niet vaststellen. De Raad bevestigt de uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college terecht de kosten van bezwaar niet vergoedt omdat appellante onvoldoende informatie verstrekte over haar buitenlands onroerend goed.