Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoeker] ,
Procedure
Verzoek
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
Beslissing
toe;
verklaartde strafzaak tegen verzoeker, bekend onder parketnummer 16-705478-14,
geëindigd.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker werd in februari 2017 aangehouden op verdenking van het bezit van meer dan 30 gram hash en witwassen van een appartement in Marokko. Na een korte voorlopige hechtenis werd de gevangenhouding geschorst en leefde verzoeker sindsdien onder schorsingsvoorwaarden.
In de bijna vijf jaar daarna heeft het Openbaar Ministerie geen noemenswaardige onderzoekshandelingen verricht en is er geen contact geweest met de verdediging, ondanks herhaalde verzoeken om informatie. Het einddossier was reeds in november 2019 gereed, maar werd niet aan de verdediging verstrekt.
De rechtbank oordeelt dat deze langdurige inactiviteit een onredelijke vertraging vormt die de belangen van de verdediging schaadt, vooral gezien de verdenking van witwassen. Hoewel het Openbaar Ministerie stelt de vervolging te willen voortzetten, acht de rechtbank dit niet redelijk te verwachten.
Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek ex artikel 29f Sv toe en verklaart de strafzaak geëindigd, waarmee een einde komt aan de procedure tegen verzoeker.
Uitkomst: De strafzaak tegen verzoeker is beëindigd wegens volstrekte inactiviteit van het Openbaar Ministerie sinds 2017.