ECLI:NL:RBMNE:2022:6389
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij terugvordering uitkeringen
Verzoeker ontving van het UWV een ZW-uitkering en WIA-uitkering die later werden herzien wegens vermeende onterecht ontvangen bedragen. Het UWV vorderde terugbetaling van ruim €115.000. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze herzieningen en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet kon worden toegewezen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat sprake was van een spoedeisend belang. Hoewel verzoeker financieel moeilijkheden ondervindt door het niet uitbetalen van de WIA-uitkering, is dit niet het onderwerp van het bestreden besluit en is er geen acute financiële noodsituatie zoals faillissement of dreigende uithuiszetting.
De voorzieningenrechter stelde dat het UWV de terugvordering momenteel niet invordert, waardoor geen onomkeerbare situatie bestaat. Ook was er geen evident onrechtmatigheid van het besluit dat de terugvordering bevestigt. Daarom werd het verzoek afgewezen zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid.