ECLI:NL:RBMNE:2022:642
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten wegens voldoende vermogen
Eiser, sinds 1995 onder bewind, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van bewindvoering nadat hij in 2020 van bewindvoerder wisselde. Verweerder wees de aanvragen af omdat eiser over voldoende vermogen beschikte om de kosten zelf te betalen. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het vermogen van eiser heeft vastgesteld op € 2.328,81, wat boven de vermogensgrens van € 647,- ligt.
Eiser stelde dat verweerder de beleidsregels onjuist toepaste door geen rekening te houden met individuele inkomenstoeslag, vakantietoeslag en kosten voor duurzame gebruiksgoederen. De rechtbank concludeert dat verweerder binnen zijn beoordelingsvrijheid handelde en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd voor vrijlating van vermogen voor genoemde kosten.
Verder voerde eiser aan dat verweerder het beleid inconsistent toepast door onderscheid te maken tussen personen die al bijzondere bijstand ontvingen en zij die dat niet deden. De rechtbank stelt dat eiser niet onder de groep valt die gedwongen was een nieuwe aanvraag in te dienen en dat het beleid consistent is toegepast. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten wordt ongegrond verklaard.