Uitspraak
19 4102 PW
PROCESVERLOOP
N.V. Volchenko.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van eigen bijdragen rechtsbijstand en griffierechten, maar het college wees de aanvraag af omdat de kosten vóór de datum van de aanvraag waren opgekomen en er geen bijzondere omstandigheden waren voor terugwerkende kracht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. De Raad oordeelt dat de kosten zijn opgekomen op het moment dat de advocaat de toevoegingsbesluiten ontving en de beroepschriften indiende, niet pas bij ontvangst van de declaratie.
Verder is het beleid van het college om aanvragen binnen een maand na het opkomen van de kosten in te dienen een buitenwettelijk begunstigend beleid dat consistent is toegepast. Appellante voldeed niet aan deze termijn en kon ook niet slagen met haar argumenten over verhuizing en praktische onmogelijkheid van tijdige aanvraag.
De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand wordt afgewezen wegens te late indiening en kosten die vóór de aanvraagdatum zijn opgekomen.