ECLI:NL:RBMNE:2022:949
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vergunning van rechtswege bij ontbreken belanghebbende en geen besluit op verzoek om vergunning
Eiser diende op 23 september 2019 een verzoek in voor een omgevingsvergunning voor werkzaamheden aan een mandelige keldermuur. Het college stelde dat het bouwplan niet verwezenlijkt kon worden omdat eiser geen toestemming had van de mede-eigenaar van de muur, waardoor eiser geen belanghebbende was en er geen sprake was van een aanvraag.
Eiser ontkende ontvangst van de brief van 21 oktober 2019 en stelde dat door het uitblijven van een beslissing een vergunning van rechtswege was verleend. Het college reageerde met een brief van 8 januari 2020 waarin werd gesteld dat geen vergunning van rechtswege was verleend omdat de aanvraag buiten behandeling was gesteld. Eiser maakte bezwaar tegen deze brief, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit was.
De rechtbank bevestigde dat de brief van 8 januari 2020 geen besluit is in de zin van de Awb en dat het verzoek van 23 september 2019 geen aanvraag was omdat het bouwplan niet verwezenlijkt kon worden zonder toestemming van de mede-eigenaar. De rechtbank oordeelde dat het college terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat de brief van 8 januari 2020 geen besluit is en het verzoek geen aanvraag vormt, waardoor geen vergunning van rechtswege is verleend.