ECLI:NL:RVS:2021:2173
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor afwijking bestemmingsplan ondanks eigendoms- en privaatrechtelijke bezwaren
Het college van burgemeester en wethouders van Epe verleende op 15 juli 2019 een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de bouw van acht woningen op een perceel in Vaassen. De eigenaar van het perceel, appellant, voerde bezwaar aan tegen deze vergunningverlening, onder meer omdat de gemeente geen eigenaar was en er geen overeenstemming was over de aankoop van het perceel. Tevens stelde appellant dat er sprake was van een evidente privaatrechtelijke belemmering die de uitvoering van het bouwplan in de weg stond.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de omgevingsvergunning een grondslag biedt voor onteigening, waardoor de gemeente in beginsel belanghebbende is en de eigendomsverhoudingen geen evidente privaatrechtelijke belemmering vormen. Daarnaast is niet gebleken dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld door de vergunning te verlenen voordat een alternatieve locatie voor appellant was gevonden.
De Raad van State benadrukt dat de vergunningverlening in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en dat het college een belangenafweging heeft gemaakt waarin het belang van woningbouw een doorslaggevende rol speelt. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.