ECLI:NL:RVS:2023:1734
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen buiten behandeling stellen omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht stelde het verzoek van appellant om een omgevingsvergunning voor het reconstrueren van een keldermuur buiten behandeling. Appellant ontving de brief waarin dit werd meegedeeld niet en stelde dat daardoor een van rechtswege verleende vergunning was ontstaan. Het college gaf in een brief van 8 januari 2020 aan dat geen vergunning van rechtswege was verleend en verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze brief niet-ontvankelijk.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 8 januari 2020 geen besluit in de zin van de Awb is, maar een toelichting, en dat het verzoek van appellant geen aanvraag was omdat het bouwplan niet verwezenlijkt kon worden zonder toestemming van de mede-eigenaar. Hierdoor was appellant geen belanghebbende en gold geen beslistermijn.
In hoger beroep stelde appellant dat het verzoek wel een aanvraag was en dat het college niet tijdig had beslist, waardoor een vergunning van rechtswege zou zijn verleend. De Afdeling oordeelde dat appellant wel belanghebbende is en het verzoek een aanvraag is, maar dat het college tijdig heeft besloten het verzoek buiten behandeling te stellen en dit ook tijdig bekendmaakte.
De Afdeling concludeert dat geen vergunning van rechtswege is verleend, dat de brief van 8 januari 2020 geen besluit is, en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.