ECLI:NL:RBMNE:2022:990
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde zonder bijzondere omstandigheden
Eiser, een Syrische nationaliteit bezittende persoon, verzocht op 5 november 2020 om naturalisatie voor zichzelf en zijn minderjarige kinderen. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek af op grond van artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), vanwege ernstige vermoedens dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit was gebaseerd op een veroordeling door de Politierechter Midden-Nederland van 2 april 2021 voor mishandeling.
Eiser voerde aan dat de beslistermijn niet redelijk was en dat het vonnis in hoger beroep was, waardoor het vonnis hem niet tegengeworpen mocht worden. Ook stelde hij dat de afwijzing onevenredig was, vooral gezien het belang van zijn kinderen, voor wie geen gevaar werd vermoed.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris terecht het verzoek had afgewezen, omdat het beleid zoals neergelegd in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 en de vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) als uitgangspunt mag dienen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Ook was er geen schending van de hoorplicht, omdat het horen niet tot een ander besluit zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van het naturalisatieverzoek. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van het naturalisatieverzoek wegens ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde zonder bijzondere omstandigheden.