Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
de vordering
4.De beoordeling
spoedeisendheid
747,00
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser trad in 2020 in dienst bij bedrijf 1, dat in 2021 werd overgenomen door gedaagde. In zijn arbeidsovereenkomst is een non-concurrentiebeding opgenomen dat hem verbiedt om binnen 12 maanden na einde dienstverband bij concurrerende bedrijven te werken. Eiser wil overstappen naar bedrijf 2 als solution architect, maar gedaagde weigert toestemming op grond van het beding.
Eiser vordert in kort geding gedeeltelijke schorsing van het beding voor de functie bij bedrijf 2, stellende dat het beding onbillijk is omdat zijn functie is gewijzigd en het beding zwaarder op hem drukt. Gedaagde betwist dit en stelt dat eiser relevante kennis heeft die schadelijk kan zijn voor haar concurrentiepositie.
De kantonrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft en dat het beding bedoeld is om het bedrijfsdebiet te beschermen, niet om werknemers te binden. Gedaagde heeft onvoldoende onderbouwd dat eiser over essentiële, unieke informatie beschikt die bedrijf 2 niet heeft. Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij onbillijk wordt benadeeld en dat de functie technisch is zonder directe klantcontacten.
Daarom wordt het non-concurrentiebeding gedeeltelijk geschorst voor de functie bij bedrijf 2. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het non-concurrentiebeding wordt gedeeltelijk geschorst voor de functie van solution architect bij bedrijf 2.