ECLI:NL:RBMNE:2023:1546
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen aanslagen riool-, afvalstoffen- en zuiveringsheffing zonder WOZ-waarde als heffingsmaatstaf
In deze bestuursrechtelijke zaak is beroep ingesteld tegen aanslagen voor rioolheffing, afvalstoffenheffing en zuiveringsheffing opgelegd door de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht. De aanslagen zijn opgelegd op 30 april 2021 en het bezwaar van eiser is op 18 november 2021 ongegrond verklaard. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank.
De gronden van het beroep betreffen uitsluitend bezwaren tegen de WOZ-waarde van het vastgoed, terwijl de opgelegde heffingen niet gebaseerd zijn op de WOZ-waarde. De rechtbank stelt vast dat de aangevoerde bezwaren niet relevant zijn voor de beoordeling van de aanslagen. Daarnaast is het bezwaar dat eiser niet adequaat is gehoord verworpen omdat uit het hoorzittingsverslag blijkt dat de inhoud van de hoorzitting voldoende duidelijk is vastgelegd.
De rechtbank wijst erop dat dit soort procesgedrag van de gemachtigde van eiser, die steeds WOZ-gerelateerde gronden aanvoert terwijl het besluit daar niet over gaat, niet alleen tijd verspilt maar ook de belangen van zijn cliënten schaadt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Tevens wordt het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen en is er geen aanleiding tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen riool-, afvalstoffen- en zuiveringsheffing wordt ongegrond verklaard.