ECLI:NL:RBMNE:2023:534
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanslagen riool-, afvalstoffen- en zuiveringsheffing gericht op WOZ-waarde afgewezen
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen aanslagen voor rioolheffing, afvalstoffenheffing en zuiveringsheffing, waarbij zijn beroepsgronden zich richtten op de vaststelling van de WOZ-waarde van het object. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard en daarbij op grond van artikel 7:3 Awb Pro van het horen van eiser afgezien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op basis van de standpunten tijdens de zitting en concludeert dat het bezwaar terecht kennelijk ongegrond is verklaard. Dit omdat het betwisten van de WOZ-waarde volgens verweerder niet leidt tot wijziging van de heffingen en eiser hiertegen geen inhoudelijke reactie heeft gegeven.
De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat het horen van eiser achterwege mocht blijven en verklaart het beroep ongegrond. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier A. Kasi op 13 februari 2023. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen is ongegrond verklaard omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en het horen terecht is achterwege gebleven.