Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
[ex-werkgever]. uit Amsterdam (de ex-werkgever)
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser was in dienst bij een ex-werkgever en meldde zich ziek. Het UWV kende een voorschot op de Ziektewet-uitkering toe, welke de ex-werkgever aan eiser uitbetaalde. Later bleek dat eiser onterecht dubbele betalingen ontving, zowel van het UWV als van de ex-werkgever.
Het UWV besloot de onverschuldigde voorschotten terug te vorderen van eiser, wat leidde tot bezwaar en beroep. Eiser stelde dat er sprake was van een civielrechtelijke kwestie en dat het vertrouwensbeginsel hem beschermde tegen terugvordering.
De rechtbank oordeelde dat het UWV op grond van de Ziektewet bevoegd en verplicht was tot terugvordering. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen concrete toezeggingen waren gedaan. Ook was de terugvordering bruto terecht, gezien het fiscale tijdvak.
Eiser maakte bezwaar tegen de financiële gevolgen, maar kon geen dringende redenen aantonen om van terugvordering af te zien. De rechtbank bevestigde dat de terugvordering terecht was en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV mag de te veel betaalde voorschotten Ziektewet terugvorderen.