ECLI:NL:RBMNE:2023:1921
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Utrecht
De heffingsambtenaar van de Gemeentebelastingen heeft de WOZ-waarde van een hoekwoning in Utrecht vastgesteld op €396.000,- voor het belastingjaar 2022. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €369.000,- voor. Na een bezwaarprocedure waarbij het bezwaar van eiser ongegrond werd verklaard, heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft de zaak op zitting behandeld en beoordeelt dat de heffingsambtenaar met een taxatiematrix en vergelijkingsmethode aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. De taxatiematrix vergelijkt de woning met drie referentiewoningen met marktgegevens, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceeloppervlakte en onderhoudstoestand.
Eiser heeft nieuwe beroepsgronden te laat ingebracht, welke buiten beschouwing zijn gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Verder is vastgesteld dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de gesteld slechte onderhoudstoestand en dat de heffingsambtenaar de woning correct heeft gewaardeerd op het onderdeel onderhoud en kwaliteit. Ook de keuze van referentiewoningen door de heffingsambtenaar is door de rechtbank aanvaard.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende gemotiveerd heeft en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas op 25 april 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €396.000,- wordt ongegrond verklaard.