ECLI:NL:RBMNE:2023:2031

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 mei 2023
Publicatiedatum
1 mei 2023
Zaaknummer
10268634 UE VERZ 23-4
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.2.8 Landelijk procesreglement verzoekschriften rechtbanken, kanton
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking verzoekschrift ontbinding arbeidsovereenkomst

Verzoekster heeft een verzoekschrift ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met verweerster. Dit verzoek is echter door verzoekster zelf ingetrokken voordat de rechter een beslissing heeft genomen. Verweerster heeft daarop aanspraak gemaakt op een proceskostenveroordeling conform artikel 1.2.8 van het Landelijk procesreglement verzoekschriften rechtbanken, kanton.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat verzoekster als de in het ongelijk gestelde partij moet worden beschouwd en veroordeelt haar tot betaling van de proceskosten aan de zijde van verweerster. De kosten worden begroot op € 396,50, zijnde 50% van het gebruikelijke tarief voor salaris gemachtigde, omdat er geen mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2023 door kantonrechter M.J. Slootweg.

Uitkomst: Verzoekster wordt veroordeeld tot betaling van € 396,50 aan proceskosten aan verweerster na intrekking van het verzoekschrift.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 10268634 UE VERZ 23-4 MS/1270
Beschikking van 4 mei 2023
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen [verzoekster] ,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. L.M. van der Sluis,
tegen:
[verweerster],
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [verweerster] ,
verwerende partij,
gemachtigde: mr. M. Tas.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift van [verzoekster] met producties, ter griffie ingekomen op 4 januari 2023;
  • het verweerschrift van [verweerster] met producties;
  • de nadere producties van [verzoekster] en [verweerster] .
1.2.
[verzoekster] heeft de kantonrechter bij brief van 4 april 2023 bericht dat zij het verzoekschrift om haar moverende redenen intrekt.
1.3.
[verweerster] heeft de kantonrechter bij brief van 12 april 2023 bericht dat zij op grond van artikel 1.2.8 van het Landelijk procesreglement verzoekschriften rechtbanken, kanton aanspraak maakt op de bij het verweer verzochte kostenveroordeling.
1.4.
[verzoekster] heeft de kantonrechter bij brief van 25 april 2023 in reactie op het verzoek van [verweerster] meegedeeld dat zij zich refereert aan het oordeel van de kantonrechter.
1.5.
Hierna is uitspraak bepaald.

2.De feiten

2.1.
[verzoekster] heeft het verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen haar en [verweerster] ingetrokken, zodat alleen hoeft te worden beslist op de door [verweerster] verzochte proceskostenveroordeling.
2.2.
Artikel 1.2.8. van het Landelijk procesreglement verzoekschriften rechtbanken, kanton (hierna: het Procesreglement) bepaalt het volgende:
“Zolang nog niet op het verzoekschrift is beslist, kan het verzoek worden ingetrokken. Wanneer bij het verweer om een kostenveroordeling wordt gevraagd en dit na intrekking wordt gehandhaafd, zal de kantonrechter daarop beslissen.”
2.3.
Nu [verzoekster] haar verzoekschrift om haar moverende redenen heeft ingetrokken, geldt zij als de in het ongelijk gestelde partij en zal zij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verweerster] worden begroot op € 396,50 voor salaris gemachtigde (50% x tarief € 793,-- nu het niet tot een mondelinge behandeling is gekomen).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten aan de zijde van [verweerster] , tot deze beschikking begroot op € 396,50 voor salaris gemachtigde;
3.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Slootweg, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2023.