De zaak betreft een verzoek van de landelijke dienst binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een medewerker werkzaam als specialistisch beveiliger. De dienst baseert het verzoek op verwijtbaar handelen en subsidiair op een verstoorde arbeidsverhouding, na meerdere incidenten in de privétijd van de medewerker waarbij hij betrokken was bij gewelds- en conflictueuze situaties en contact met politie.
De feiten betreffen drie hoofdincidenten: een uit de hand gelopen feestje op 13 juni 2022, een handgemeen met een nieuwe vriend van de ex-vriendin op 5 augustus 2022, en een aanvaring met politie op 26 december 2022. De medewerker ontkent de ernst van de gedragingen en levert verklaringen ter ontlasting, maar de kantonrechter acht de verklaringen van de politie en betrokkenen aannemelijker.
De kantonrechter concludeert dat hoewel verwijtbaar handelen niet onomstotelijk is vastgesteld, het vertrouwen in de medewerker onherstelbaar is geschaad. Dit maakt ontbinding op de subsidiaire grond van een verstoorde arbeidsverhouding gerechtvaardigd. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juli 2023, en de medewerker ontvangt een transitievergoeding van €7.556,21 bruto. Proceskosten worden door partijen zelf gedragen.