ECLI:NL:RBMNE:2023:2268
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom voor illegaal aanleggen kunstgrasveld in strijd met bestemmingsplan
Eiser heeft zonder omgevingsvergunning een kunstgrasveld aangelegd op een perceel met een agrarische bestemming. Het college legde hem daarom een last onder dwangsom op, met de eis het veld te verwijderen. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het kunstgrasveld vergunningvrij was en dat het college onzorgvuldig handelde.
De rechtbank constateerde een bevoegdheidsgebrek bij het bestreden besluit, maar dat dit door bekrachtiging was hersteld. Juridisch oordeelde de rechtbank dat het kunstgrasveld als oppervlakteverharding kwalificeert en dat het aanleggen ervan zonder vergunning in strijd is met het bestemmingsplan, dat de agrarische bestemming beschermt vanwege cultuurhistorische waarden.
Eiser voerde aan dat het gebruik als achtertuin was toegestaan en dat de agrarische bestemming achterhaald was, maar de rechtbank volgde dit niet. Ook de medische omstandigheden van eiser en het beroep op het gelijkheidsbeginsel werden verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand, waardoor de last onder dwangsom blijft gelden. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de last onder dwangsom blijft in stand en het college moet proceskosten vergoeden.