ECLI:NL:RBMNE:2023:2279
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens handelshoeveelheid drugs
De burgemeester van Almere besloot op 30 maart 2023 tot sluiting van de woning van verzoekster voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, na het aantreffen van een aanzienlijke hoeveelheid hard- en softdrugs in de woning. Verzoekster, hoofdbewoner, maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om sluiting uit te stellen.
De politie vond onder meer cocaïne, amfetamine, MDMA, 2CB, GHB en andere pillen, verpakt in hoeveelheden die duiden op handel. Buurtbewoners meldden drugshandel vanuit de woning. Verweerder achtte sluiting noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde, mede gezien de kwetsbare wijk.
Verzoekster voerde aan dat de drugs voor eigen gebruik waren en dat er geen concrete aanwijzingen waren voor handel. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was tot sluiting en dat de omstandigheden, waaronder de hoeveelheid en verpakking van drugs en meldingen van buurtbewoners, handel aannemelijk maakten.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat de sluiting evenredig was, ondanks de gevolgen voor verzoekster, die verantwoordelijk werd gehouden voor de situatie. De voorzieningenrechter vond geen aanleiding om af te wijken van het besluit en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de drie maanden durende woningsluiting wegens handelshoeveelheid drugs wordt afgewezen.