ECLI:NL:RBMNE:2023:2564
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde winkelpanden met huurwaardekapitalisatiemethode en schadevergoeding termijnoverschrijding
Eiseres betwist de vastgestelde WOZ-waarden van twee niet-woningen, winkelpanden met een totale oppervlakte van 3915 m², per 1 januari 2020. De waardebepaling door verweerder is gebaseerd op de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de brutohuurwaarde en kapitalisatiefactor zijn afgeleid uit marktgegevens van vergelijkbare objecten. Eiseres voert onder meer aan dat zij niet de eigenaar is, dat de huurwaardes te hoog zijn vastgesteld, dat de kapitalisatiefactor onjuist is berekend, en dat onvoldoende rekening is gehouden met leegstand.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld. Diverse door eiseres aangevoerde beroepsgronden, waaronder het betwisten van het eigen huurcijfer en het verzoek om indexering van verkoopcijfers, worden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Ook de stelling dat de kapitalisatiefactor niet juist is onderbouwd wordt verworpen, aangezien getaxeerde huurwaardes als uitgangspunt mogen dienen mits aannemelijk gemaakt.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar- en beroepsprocedures overschreden met circa drie maanden. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding toe van €50,-, waarvan €17,- door de heffingsambtenaar en €33,- door de Staat worden betaald. Verzoeken om proceskostenvergoeding worden afgewezen omdat het beroep ongegrond is en de kosten voor de schadevergoeding minimaal waren.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de WOZ-waarden blijven gehandhaafd, en de beperkte schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en een beperkte immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt toegekend.