ECLI:NL:RBMNE:2023:2760
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor veranda wegens strijd bestemmingsplan en toename verharding
Eiser, eigenaar van een woning, vroeg een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een veranda aan de achterzijde van zijn woning. Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum weigerde de vergunning omdat de veranda in strijd is met het bestemmingsplan en het bestemmingsplan geen afwijkingsmogelijkheden biedt. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht eerst of de veranda vergunningsvrij gebouwd kon worden. Uit bouwtekeningen bleek dat een bestaande uitbouw geen deel uitmaakt van het oorspronkelijke hoofdgebouw, waardoor de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken het toegestane maximum overschrijdt. De berekening van het college werd gevolgd, zodat een vergunning vereist is.
Eiser stelde dat het college niet tijdig had beslist, waardoor een vergunning van rechtswege zou zijn verleend, maar de rechtbank oordeelde dat het besluit tijdig en door het bevoegde orgaan was genomen. Verder wees de rechtbank het beroep af omdat het college de weigering redelijk motiveerde met het oog op het voorkomen van toename van verharding en negatieve ruimtelijke effecten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en onzorgvuldige besluitvorming faalde eveneens.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de veranda.