ECLI:NL:RBMNE:2023:2788
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet tijdig verstrekken gevraagde gegevens
Eiser ontving een bijstandsuitkering die op 12 november 2021 tijdelijk werd opgeschort vanwege onduidelijkheid over bankrekeningen en saldo. Verweerder gaf eiser meerdere termijnen om de gevraagde stukken te overleggen, maar eiser verstrekte deze niet binnen de gestelde termijnen. Uiteindelijk trok verweerder de bijstandsuitkering per 12 november 2021 in en vorderde het bedrag van €401,77 terug over de periode 12 tot en met 30 november 2021.
Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat het niet tijdig verstrekken van gegevens geen grond voor intrekking was en dat zijn situatie (ziekte en gebrek aan computer) hem niet kon worden tegengeworpen. De bezwaaradviescommissie verklaarde het bezwaar ongegrond en verweerder handhaafde het besluit.
De rechtbank oordeelde dat het opschortingsbesluit in rechte vaststaat en dat de intrekking en terugvordering terecht zijn op grond van artikel 54, vierde lid, en artikel 58, tweede lid, van de Participatiewet. De gevraagde bankgegevens waren relevant voor het vaststellen van het recht op bijstand, zeker omdat eiser het bestaan van twee bankrekeningen niet spontaan had gemeld. De rechtbank vond dat eiser verwijtbaar heeft gehandeld door niet tijdig de gevraagde stukken te verstrekken, ondanks de geboden termijnen en mogelijkheden tot ondersteuning.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd.