Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2023 in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van de eerste twintig fysiotherapiebehandelingen, die niet door de basisverzekering worden vergoed. Verweerder wees de aanvraag af op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) als voorliggende voorziening. Eiser stelde dat hij vanwege zijn gezondheid en financiële situatie niet aanvullend verzekerd kon zijn, waardoor de voorliggende voorziening niet beschikbaar was.
De rechtbank oordeelde dat de Zvw een bewuste keuze bevat om de eerste twintig behandelingen niet te vergoeden en dat dit als een passende en toereikende voorliggende voorziening geldt. Het feit dat eiser zich niet aanvullend kon verzekeren vanwege schulden, is voor zijn eigen rekening en risico en leidt niet tot recht op bijzondere bijstand.
Verder stelde eiser dat zonder fysiotherapie zijn gezondheid zou verslechteren, mogelijk leidend tot een acute noodsituatie. De rechtbank vond dat eiser dit onvoldoende onderbouwde met medische stukken en concludeerde dat geen sprake was van een acute noodsituatie die bijzondere bijstand zou rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aanvraag om bijzondere bijstand af. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor fysiotherapiekosten wordt ongegrond verklaard.