Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van [verzoekster] met 5 producties, ter griffie ingekomen op 3 november 2022;
- de brief van [verzoekster] van 13 december 2022 met productie 6.
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer trad op 1 november 2020 in dienst bij de werkgever als servicemonteur met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op 4 september 2022 zegde de werknemer de arbeidsovereenkomst per direct op via aangetekende brief, omdat hij naar België verhuisde. Hij hield geen rekening met de wettelijke opzegtermijn van één maand die geldt volgens artikel 7:672 BW Pro.
De werkgever vorderde een gefixeerde schadevergoeding van €8.011,90, gelijk aan het loon over de periode van 4 september tot 1 november 2022, vermeerderd met wettelijke rente. De werknemer voerde geen verweer en gaf aan bereid te zijn een betalingsregeling te treffen.
De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een onregelmatige opzegging, waardoor de werknemer op grond van artikel 7:672 lid 11 BW Pro schadeplichtig is. De gevorderde vergoeding werd toegewezen, evenals de wettelijke rente vanaf datum beschikking. Proceskosten werden gecompenseerd en nakosten werden aan de werknemer opgelegd indien niet binnen 14 dagen betaald werd.
Uitkomst: Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van €8.011,90 schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging, vermeerderd met wettelijke rente.