ECLI:NL:RBMNE:2023:311

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 januari 2023
Publicatiedatum
27 januari 2023
Zaaknummer
C/16/550765 / JE RK 23-52
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:257 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling van minderjarige wegens loyaliteitsconflict tussen ouders

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 12 januari 2023 een beschikking gegeven over een voorlopige ondertoezichtstelling van een negenjarige minderjarige, naar aanleiding van een brief die zij zelf aan de rechtbank heeft geschreven. De brief en de zitting deden vermoeden dat de minderjarige klem zit tussen haar ouders, wat haar ontwikkeling ernstig bedreigt.

De minderjarige woont bij haar moeder en oefent haar ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. Eerder heeft de minderjarige al onder toezicht gestaan van februari 2016 tot september 2021, met als doel veilig en ontspannen contact met beide ouders. Hoewel destijds dit doel was bereikt, uitte de minderjarige recent de wens om minder contact met haar vader te hebben en de achternaam van haar stiefvader te dragen.

Tijdens de zitting bleek dat de ouders het onderling niet lukt om de zorgen over de situatie te bespreken, wat de loyaliteitsconflicten voor de minderjarige versterkt. De kinderrechter achtte een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk om de acute en ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen en stelde haar onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland voor drie maanden.

Uitkomst: De minderjarige wordt voorlopig onder toezicht gesteld voor drie maanden wegens een ernstig loyaliteitsconflict tussen ouders.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/550756 / JE RK 23-52
Datum uitspraak: 12 januari 2023

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, [.] ,

hierna te noemen: de Raad,
betreffende

[minderjarige] , geboren op [2013] te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige (voornaam)] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.J. de Hosson,

[belanghebbende 2] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende te Den Haag,
advocaat: mr. M.G. Weitkamp.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het mondelinge verzoek van de Raad van 12 januari 2023;
- het schriftelijke verzoek van de Raad van 13 januari 2023, ingekomen bij de griffie op 13 januari 2023.
Op 12 januari 2023 heeft een zitting plaatsgevonden naar aanleiding van een brief van [minderjarige (voornaam)] (de zogenaamde “informele rechtsingang”, zaaknummer C/16/546416 / FO RK 22-1167). Tijdens die zitting heeft de Raad mondeling een verzoek gedaan om [minderjarige (voornaam)] voorlopig onder toezicht te stellen.
De kinderrechter heeft het verzoek van de Raad tijdens de zitting op 12 januari 2023 behandeld. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door mr. M.G. Weitkamp;
- de moeder, bijgestaan door mr. G.J. de Hosson;
- mevrouw [A] namens de Raad.

Waar de procedure over gaat

Het ouderlijk gezag over [minderjarige (voornaam)] wordt uitgeoefend door de ouders.
[minderjarige (voornaam)] woont bij de moeder.
De Raad verzoekt de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige (voornaam)] voor de duur van drie maanden.

De beoordeling

De kinderrechter zal [minderjarige (voornaam)] voorlopig onder toezicht stellen voor de duur van drie maanden. [1] De kinderrechter zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
Op grond van de brief die [minderjarige (voornaam)] heeft geschreven aan de rechtbank en de informatie die de kinderrechter tijdens de zitting van 12 januari 2023 heeft gehoord, heeft de kinderrechter het ernstige vermoeden dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld. [2] De kinderrechter vindt het namelijk zeer zorgelijk dat [minderjarige (voornaam)] , een meisje van pas negen jaar, de noodzaak voelt om een brief te sturen naar de rechtbank waarin zij aangeeft dat zij de vader minder wil zien, dat ze wil dat er een bijzondere curator wordt benoemd en dat zij voortaan de achternaam van haar stiefvader wil hebben. Wat dit gegeven nog zorgelijker maakt, is dat [minderjarige (voornaam)] redelijk recent nog onder toezicht heeft gestaan, namelijk van 19 februari 2016 tot 19 september 2021. Een van de doelen van de ondertoezichtstelling was toen dat [minderjarige (voornaam)] veilig en ontspannen contact zou hebben met beide ouders. Aan dat doel was in september 2021 ook voldaan: de Raad concludeerde dat beide ouders [minderjarige (voornaam)] in woord en daad toestemming geven om met de andere ouder omgang te hebben en van die ouder te houden.
Dat [minderjarige (voornaam)] nu vraagt om minder omgang met de vader en om de achternaam van haar stiefvader te mogen hebben, doet vermoeden dat [minderjarige (voornaam)] (weer) klem is komen te zitten tussen de ouders. Dit vermoeden wordt gesterkt doordat [minderjarige (voornaam)] in het gesprek met de kinderrechter ook niet veel andere dingen kon vertellen dan wat er al in haar brief stond: het lijkt alsof [minderjarige (voornaam)] het gevoel heeft dat ze deze keuze moet maken, maar dat ze eigenlijk niet goed kan uitleggen waarom. Het lukt de ouders niet om deze zorgen met elkaar te bespreken. De moeder heeft verteld dat [minderjarige (voornaam)] zich al een tijd niet prettig voelt bij de vader, terwijl de vader zegt dat [minderjarige (voornaam)] het fijn heeft bij hem, maar dat zij niet de ruimte voelt om het fijn te mogen hebben. De moeder heeft alleen maar [minderjarige (voornaam)] willen steunen in het schrijven van een brief aan de rechtbank, toen [minderjarige (voornaam)] steeds over die wens bleef praten. De vader heeft verteld dat het tussen hem en [minderjarige (voornaam)] heel goed ging. Hij heeft in de afgelopen periode echter een vrij plotse verandering in haar houding gezien. Hij kan die verandering met de wetenschap van de brief van [minderjarige (voornaam)] aan de rechtbank nu plaatsen. De kinderrechter heeft ter zitting gezien dat dit bij beide ouders veel emoties oproept en dat het hen niet lukt om hierover te praten met elkaar. De kinderrechter denkt mede gelet op het verleden van de ouders ook niet dat zij hiertoe op korte termijn wel in staat zullen zijn, terwijl het ontzettend schadelijk is voor [minderjarige (voornaam)] als zij (nog verder) in een loyaliteitsconflict raakt. De kinderrechter vindt daarom dat een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk is om deze acute en ernstige bedreiging voor [minderjarige (voornaam)] weg te nemen.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [minderjarige (voornaam)] voorlopig onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland met ingang van 12 januari 2023 tot 12 april 2023.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2023 door mr. T. Dopheide, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Nettekoven als griffier.
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 19 januari 2023.

Voetnoten

1.Artikel 1:257 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 1:255 BW Pro.