ECLI:NL:RBMNE:2023:3122
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- E.M. van der Linde
- R.C. Stijnen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming planschade wegens voorzienbaarheid woningbouw op perceel
Eisers, sinds 1986 eigenaar van een woning nabij een perceel in Utrecht, vroegen een tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering door een omgevingsvergunning voor woningbouw op dat perceel. Het college van B&W wees het verzoek af, waarna eisers bezwaar maakten en vervolgens beroep instelden bij de rechtbank.
De kern van het geschil betrof de voorzienbaarheid van de planologische wijziging ten tijde van de aankoop van de woning. Het college stelde dat de Verordening Bebouwde Kom (VBK) uit 1958, die destijds gold, duidelijk aangaf dat op het perceel woningbouw mogelijk was, zodat eisers de risico’s hadden moeten aanvaarden. Eisers betwistten dit en voerden aan dat de VBK te globaal was om woningbouw te voorzien en verwezen naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank oordeelde dat de VBK en de bijbehorende kaart een voldoende concrete grondslag boden voor woningbouw en dat eisers, mede gelet op hun navraag bij de gemeente, rekening hadden moeten houden met deze mogelijkheid. De eerdere uitspraken van de Afdeling betroffen andere rechtsvragen en waren niet van toepassing. Daarom was de schadeoorzaak voorzienbaar en mocht het college de tegemoetkoming weigeren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eisers krijgen het griffierecht niet terug. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 30 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de planschade voorzienbaar was bij aankoop van de woning.