ECLI:NL:RVS:2019:2187
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming planschade na bestemmingsplanwijziging in Utrecht
Appellant, eigenaar van een pand te Utrecht, verzocht het college om een tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering door het nieuwe bestemmingsplan Oudwijk, Kromme Rijn e.o. Het college wees dit af, wat leidde tot bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde dit en bepaalde dat het college een nieuw besluit moest nemen.
Na een nieuw besluit van het college, opnieuw afwijzend, stelde appellant beroep in bij de Afdeling. De Afdeling oordeelde dat woningbouw in het plangebied onder het nieuwe bestemmingsplan niet is toegestaan vanwege het ontbreken van een bouwvlak, waardoor de vermeende waardevermindering niet aannemelijk is. Ook de aanleg van een half-ondergrondse parkeergarage leidt niet tot intensivering van gebruik of aantasting van het uitzicht, mede omdat parkeren onder het oude regime ook mogelijk was.
Het college baseerde zich op een deskundigenadvies waarin werd geconcludeerd dat appellant niet in een nadeliger positie is gekomen. Appellant voerde tegenargumenten aan, maar deze werden verworpen. De Afdeling wees op de mogelijkheid om een tegemoetkoming te vragen voor het onherroepelijke besluit tot bouw van negen woningen in afwijking van het bestemmingsplan.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade is ongegrond verklaard.