ECLI:NL:RVS:2017:2928
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing tegemoetkoming planschade wegens onvoorzienbaarheid bestemmingswijziging
Appellanten, sinds 1986 eigenaar van een woning te Utrecht, verzochten om een tegemoetkoming in planschade vanwege een nieuw bestemmingsplan uit 2010 dat woningbouw en parkeergarages mogelijk maakte op gronden achter hun perceel. Het college wees de aanvraag af omdat volgens een advies de planologische ontwikkeling ten tijde van aankoop voorzienbaar was. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat het besluit van gedeputeerde staten uit 1982, waarbij goedkeuring werd onthouden aan de woonbestemming en parkeergarages, maakte dat het beleidsvoornemen destijds niet concreet en voorzienbaar was. De gemeente had geen actief beleid om woningbouw te realiseren en concrete initiatieven ontbraken.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het risico van planschade voor rekening van appellanten moest blijven. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd wegens onvoorzienbaarheid van de planschade ten tijde van aankoop.