ECLI:NL:RBMNE:2023:3527
Rechtbank Midden-Nederland
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarden en kostenvergoeding bij bezwaar tegen aanslagen onroerende zaken
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarden van meerdere woningen per 1 januari 2020 en tegen de toegekende kostenvergoeding in bezwaar. Tijdens de procedure trok zij het bezwaar tegen enkele woningen in. De rechtbank beoordeelde de beroepsgronden op basis van de standpunten tijdens de zitting.
De heffingsambtenaar overlegde een taxatiematrix met vergelijkbare verkopen, waarmee de rechtbank aannemelijk achtte dat de WOZ-waarden niet te laag waren vastgesteld. De rechtbank vond geen aanleiding voor een hogere wegingsfactor voor de kostenvergoeding, ondanks het bezwaar tegen meerdere woningen.
De redelijke termijn voor bezwaar en beroep werd met vier maanden overschreden, waarvoor de rechtbank een immateriële schadevergoeding van €50 toekende. Het beroep werd ongegrond verklaard en de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding. Verzoeken tot vergoeding van griffierecht en proceskosten werden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarden wordt ongegrond verklaard en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van €50 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.