Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 juni 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de Raad van Bestuur van het Leids Universitair Medisch Centrum, het LUMC
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Eiser heeft tijdens de hoorzitting in de bezwaarfase opgemerkt dat er nog een zoekslag gedaan moest worden naar de onderliggende documenten. Het LUMC had hierin op zijn minst aanleiding moeten zien om eiser te bevragen of de ontvangen documenten aanleiding gaven tot het opvragen van de onderliggende stukken, zoals eerder was afgesproken. De enkele vaststelling dat een actie van eiser was vereist en dat hij deze actie niet heeft ondernomen, is in het licht van het idee dat openbaarheid de regel en het beoogde doel is, die een bestuursorgaan noopt tot een actieve houding en responsiviteit, onvoldoende. Het LUMC moet eiser dan ook alsnog in de gelegenheid stellen om aan te geven of en welke onderliggende correspondentie van de contracten hij nog openbaar gemaakt wenst te zien.
Het LUMC heeft hierover opgemerkt dat is gezocht in de archieven waar de contracten die door de Raad van Bestuur worden getekend, worden opgeslagen. Daarnaast is het verzoek naar de vier bureaus van de vier divisies toegezonden, waar de contracten die door een manager bedrijfsvoering worden getekend, worden opgeslagen. Ter onderbouwing heeft het LUMC op zitting het e-mailbericht van 10 maart 2021 overgelegd waarin de uitvraag aan de divisies is gedaan. Tot slot wordt gezocht in het Transparantieregister om te onderzoeken of er nog meer documenten zijn die vallen onder de reikwijdte van het Wob-verzoek. Het is volgens het LUMC niet verplicht om een rapportage over te leggen van de zoekslag, zoals eiser stelt. Er zijn niet meer dan 20 documenten aangetroffen en dat is niet ongeloofwaardig.
De rechtbank ziet dan ook geen reden om te oordelen dat deze weigeringsgrond in dit geval in strijd is met artikel 10, tweede lid, van het EVRM. Aan de vraag of de weigering tot openbaarmaking ook noodzakelijk en proportioneel is, zoals vereist door artikel 10, tweede lid, van het EVRM, komt de rechtbank voor de meeste documenten niet toe, gelet op hetgeen hierna wordt overwogen over de toetsing van de ingeroepen weigeringsgronden.
Ook had het gezien de functies van de desbetreffende personen in dit geval op de weg van het LUMC gelegen om, indien men voornemens was om openbaarmaking van de namen te weigeren, te inventariseren hoe deze personen daar zelf tegenover stonden. [4]
Dit geldt ook voor pagina 8 van document 5. Zonder toelichting is niet vast te stellen dat de geweigerde informatie een beschermingswaardig bedrijfsgegeven betreft of waarom sprake zou zijn van onevenredig nadeel voor het LUMC als dit openbaar wordt. Te meer daar uit dit document valt af te leiden dat het de bedoeling is dat het resultaat van de overeenkomst uiteindelijk toch openbaar wordt. Het LUMC had dit bij de beoordeling moeten betrekken. Document 10 bevat meer bijzonderheden, maar ook hier is zonder nadere toelichting niet duidelijk of het om algemeen bekende hulpmiddelen en therapieën gaat of dat het gaat om nieuwe ontwikkelingen.