ECLI:NL:RBMNE:2023:369
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens bestuursrechtelijke boetes Meststoffenwet
Verzoekster had beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin bestuurlijke boetes werden opgelegd wegens overtredingen van de Meststoffenwet. Na een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) werd het bezwaar alsnog gegrond verklaard en de boetes komen te vervallen. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de Minister aan het beroep tegemoet was gekomen en dat verzoekster recht had op vergoeding van de kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand in de beroepsfase, vastgesteld op € 837,-. Daarnaast werd een deel van de deskundigenkosten toegekend, namelijk de kosten voor werkzaamheden van een deskundige in de periode 26 maart 2020 tot en met 25 mei 2020, omdat deze redelijk en noodzakelijk werden geacht.
De overige deskundigenkosten die betrekking hadden op perioden buiten deze termijn of werkzaamheden die niet direct verband hielden met het deskundigenrapport, werden niet vergoed. De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 3.463,50. De rechtbank wees erop dat het griffierecht door verweerder moet worden vergoed op grond van de Awb.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Minister tot vergoeding van proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 3.463,50.