Eiseres, werkzaam als beveiliger, ontving achtereenvolgens WW-, ZW- en WIA-uitkeringen en toeslag. Het UWV ontdekte via onderzoek dat zij gedurende de uitkeringsperioden hondenoppas- en uitlaatactiviteiten verrichtte die zij niet had gemeld, waardoor zij onterecht uitkeringen ontving.
De rechtbank oordeelt dat deze werkzaamheden, gezien de aard, omvang, duur en het terugkerend karakter, als op geld waardeerbare arbeid moeten worden aangemerkt. Ondanks dat eiseres geen directe betaling ontving, was het redelijkerwijs duidelijk dat zij deze activiteiten had moeten melden aan het UWV.
Eiseres voerde aan dat haar activiteiten therapeutisch waren en dat zij het UWV wel had geïnformeerd, maar dit werd niet aannemelijk geacht. Ook de zesmaandenjurisprudentie werd verworpen omdat de inlichtingenplicht was geschonden en er geen dringende redenen waren om terugvordering achterwege te laten.
De rechtbank bevestigt het bestreden besluit van het UWV en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.